JAN MIDDENDORP / NUT EN NOODZAAK VAN DESIGNBOEKEN? / 09 OKT 08

Bij ontstentenis van de eigenlijke hoofdact bleek Jan Middendorp, tijdelijk uit Berlijn ingevlogen, bereid om als moderator de avond te voorzien van een filosofische signatuur met de vraagstelling: hebben ontwerpboeken zin?, of sterker: zijn ze noodzakelijk?

Jan Middendorp, net als de meeste mannen een verzamelaar, illustreerde zijn voordracht met een arbitrair classificatielijstje van lettertypen. Dus niet verdeeld in Realen, Humanen, Didonen of Egyptiennes, maar in handgeschilderde lettertypes, lettertypes-die-slechts-vanaf-één-plek-te-lezen-zijn, ontelbare lettertypes of precies-de-juiste-lettertypes. De lettertypes-die-slechts-vanaf-één-plek-te-lezen-zijn vormen een interessante subcultuur, die alleen in de derde dimensie tweedimensionaal leesbaar is, vanaf (zoals gesteld) één specifieke plaats. Ontelbare lettertypes zijn ontstaan onder aanvoering van de onbetwiste peetvader van het genre, mede-Berlijner Luc(as) de Groot die zijn Thesis-familie in beide richtingen extreem extrapoleerde en daarmee (wellicht onbedoeld) een aantal collega-letterontwerpers aanzette tot eveneens ongebreidelde expansiedriften. Andersom toonde Jan aan dat auto’s te classificeren zijn naar typografische stijlkenmerken, zoals de Citroën Ami 6 overduidelijk bij de generieke soort der schreefauto’s hoort.
Met zijn lijstjesfetisjisme wilde Jan vermoedelijk een belangrijke functie van boeken in het algemeen aantonen: de mogelijkheid tot verzamelen, documenteren en bundelen om daarmee orde te scheppen in de chaos. Ontwerpboeken vormen daarin geen uitzondering. Zo dacht in ieder geval een deel van het publiek erover. Ontwerpboeken kunnen misschien subjectief zijn, of al bij verschijnen gedateerd, maar dragen vooral bij aan de geschiedschrijving over het vak en hebben daarmee een opvoedkundige waarde. Zoals echter viel te verwachten, en zoals vaker bij filosofische stellingen, leverde voordacht noch publieksparticipatie een eenduidig antwoord op. Ook toen de vraag werd verbreed tot ‘hebben boeken zin?’, volgde vrijwel onmiddellijk de relativering: uiteindelijk belanden ze toch allemaal bij De Slegte. Dan maar de vraag gesteld wie van het publiek regelmatig ontwerpboeken koopt, waarop een aanzienlijk deel de hand opstak. Eén functie bleef overigens onbesproken: met het regelmatig initiëren en publiceren van ontwerpboeken houdt het ontwerpvak in elk geval zichzelf in stand, wat in een tijd van economische krimp waarschijnlijk een welkome bijkomstigheid is.

Bart de Haas

BEKIJK DE UITNODIGING

^

 


^

010203040507