HENDRIK-JAN GRIEVINK / 11 OKT 07

The Design Delusion

Na anderhalve eeuw van technologische innovatie is blijkbaar de Creatieve Industrie aan zet en worden leegstaande fabrieksgebouwen op desolate haventerreinen omgetoverd tot bolwerken van vindingrijkheid en synergie… Met dank aan de beleidsmakers.
Hendrik-Jan Grievink constateert die ontwikkeling en probeert vat te krijgen op de onvermoede bijverschijnselen.

Het optreden van Hendrik-Jan toonde aanvankelijk iemand met een dilemma. Van de ontwerper die méér wil dan andermans problemen oplossen en die op de eerste plaats nadenkt over het hoe en waarom der dingen. Net als veel collega’s begon hij als ontwerper-met-een-orderportefeuille, maar kwam op zeker moment tot het inzicht dat hij vooral ontwerpbureautje aan het spelen was. De hang naar reflectie was geboren.
Zoals bekend was dertig jaar geleden de wereld nog overzichtelijk. Oost versus West. Bresnjev contra Carter. Soul tegenover Blues. Burgerlijk tegenover ongehoorzaam. TD contra Jan van Toorn. Stijl was nog een uitspraak. Nu is stijl verworden tot een marketingtool en het ontwerpvak vooral een cosmetische aangelegenheid, aldus Grievink. Wie dat constateert en daar bovenuit wil stijgen, die stelt z’n intellectuele vermogen in dienst van dit nieuwe Discours (het woord zou de avond nog vele malen passeren) en schept daarmee een volgend dilemma: hoe die generieke stellingen vorm te geven. De mogelijke restrictie ‘Refuse to Design’ is voor een ontwerper een illusie. Wie besluit om niet vorm te geven is zojuist begónnen met vormgeven. En daarbovenop: elk ontwerp genereert een nieuw probleem. Behoorlijk verwarrend allemaal.
Om die dillemma’s vanuit meerdere hoeken te belichten werd in 2006 het evenement MyCreativity georganiseerd. Grievink ontwierp het beeldmerk: een Copyright-teken waarbij de c werd voorzien van scherpe tandjes en een gemeen oog en aldus een slang werd die zichzelf in de staart bijt. Voor de gelegenheid werd breed, rood evenementsplakband ontworpen waarmee andermans geestelijk eigendom door symposiumdeelnemers kon worden beplakt of omkaderd en als zodanig ingelijfd bij het evenement. Symbolisch voor het lenen (of confisceren) van andermans beeldtaal en het opheffen van het auteursrecht.

Samen met cultureel adviseur Johan Idema gaf Hendrik-Jan de zogeheten ‘Datascape Cultuur’ inhoud en vorm. Een drukwerk van zeven meter dat het Nederlandse culturele landschap in z’n volle breedte aan beleidsmakers en subsidieverstrekkers toont, waarbij voetbal evengoed cultuur is en het onderscheid tussen high en low art kunstmatig. De vraag vanuit het publiek of de uitkomst veel méér was dan een rijk geïllustreerd uittreksel uit een brede verzameling cultuurnota’s wist Hendrik-Jan niet zo goed te beantwoorden, maar bleef nog wel een tijdje boven de tribune hangen.

Bij presentatie van z’n derde project kreeg Hendrik-Jan ferme repliek te pareren, een risico van stellige deelname aan het Discours over echtheid, engagement en auteursrecht. Onder de naam Fake-for-Real ontwierp hij een variatie op het bekende memory-spel, waarbij het ene kaartje een artificiële versie toonde van de afbeelding op het bijbehorende exemplaar: de Matterhorn met z’n miniatuurkopie in Disneyland, een Alvar Aalto-stoel en een Ikea-afgeleide, een authentieke spar met een als boom vermomde gsm-mast. Het spel werd verpakt in een doosje met op het eerste gezicht het bekende Louis Vuitton-patroon als decoratie, dat evenwel bij nadere beschouwing slechts uit Zapf-Dingbatsfiguurtjes bleek te bestaan. De kritiek die Grievink in dit verband over zich afriep stelde dat het spel een tamelijk magere exercitie binnen de discussie over auteursrecht was en bovendien half werk, doordat Hendrik-Jan het niet had aangedurfd om het echte Vuitton-patroon te verwerken. In extremo werd gesuggereerd om het doosje alsnog van het werkelijke patroon te voorzien en in die vorm aan Vuitton te verkopen. De slang zou zich ferm in de staart bijten.

Bart de Haas

BEKIJK DE UITNODIGING

^

 


^

01-202-303-304-305-3