CHRISTIEN MEINDERTSMA / 05 NOV 09

Kip komt natuurlijk uit de kipfabriek. En wie in een visstick nog een vis herkent mag zich gelukkig prijzen om z’n sterke fantasie. Frankensteinvoedsel in de schappen, tussen anonieme biefstukken van anonieme koeien uit anonieme landen, op een bedje van piepschuim, overtrokken met een vlieslaagje krimpfolie. Klein prijsje erop. Heerlijk.

Opheldering van de mystificatie rond de herkomst van producten is het hoofdingrediënt van het oeuvre van Christien Meindertsma. De titel van haar prachtige boek 05049 verwijst naar het nummer van het varken dat als uitgangspunt diende voor haar speurtocht naar alle 185 producten die van dat dier werden gefabriceerd. Een geel oormerk, voorzien van dat nummer, is pontificaal door de rug van het boek geslagen. In het boek staan tevens producten waarin je in de verste verte geen varken zou vermoeden. Een paar artikelen zijn echter opgenomen omdat slechts bij de productie ervan varkensonderdelen werden gebruikt, zoals sommig bier, een aantal wijnen, verf en geweerkogels.
Het idee voor het project ontstond tijdens een gesprek met een vriendin in de kroeg. Alleen dacht Meindertsma toen nog niet aan een varken, maar aan een koe. Het varken bleek echter veelzijdiger, want de koe levert slechts 35 producten, volgens haar telling. Drie jaar werkte ze aan het boek. Alle producten werden vervolgens tentoongesteld in de Kunsthal. Bederfelijke waren lagen in koeltafels, maar moesten desondanks regelmatig door Meindertsma vervangen worden. Kinderen bleken trouwens vooral geestdriftig over de verpakte varkenssnuiten en -pootjes. Het prestigieuze project werd internationaal een doorslaand succes en is inmiddels onder meer bekroond met de Index Award 2009, ‘Design to improve life’.

Meindertsma lijkt in niets op een archetypische voorvechtster van de rechten van het dier. Ze spreekt kalm, feitelijk en gedecideerd, en wil vooral tonen, in plaats van preken. Het is haar wellicht minder om het dier zelf te doen dan om de algemene, menselijke vervreemding van de herkomst van producten. Engagement blijkt uit alles wat ze onderneemt, naast perfectionisme en doorzettingsvermogen. In lijn met de gedachte achter haar werk wil ze alles zelf doen. Maken vindt ze interessanter dan ontwerpen. Zo breide ze enkele jaren geleden truien van telkens precies één Welsh schaap. Kleine schapen, kleine truitjes. Grote schapen, grote truien. Het nummer van het schaap werd het label van de trui. De 32 truien werden vergezeld van documenten met foto’s en gegevens van de betreffende dieren. Achteraf bezien een opmaat naar het varkensproject.

Een ander soort herkomst is die van haar project Checked Baggage. Via een veiling wist ze de hand te leggen op een enorme verzameling in beslag genomen messen, scharen en mogelijke steekwapens. Ze categoriseerde ze en bracht het beeldmateriaal samen in een boek, waarvan ze elk afzonderlijk exemplaar bundelde met een werkelijk object uit de collectie. De exemplaren met ingesealde Leatherman tools verkochten overigens sneller dan die met aardappelschilmesjes of kinderbestek.
Meindertsma blijkt een zeldzaam voorbeeld van een ontwerper die een boodschap weet te combineren met een goede afzet, vanuit de wetenschap dat een mooi verhaal zichzelf verkoopt. Haar handgemaakte Urchin Pouf, van Nieuw-Zeelandse schapenwol, viel dermate goed dat plotseling de Hema een vrijwel identiek object aanbood. Ongetwijfeld niet van Nieuw-Zeelandse schapenwol en wellicht zelfs helemaal niet van wol. Wie zal het zeggen? Het doet er evenwel inmiddels niet meer toe, want na juridische tussenkomst trok de Hema aan het kortste eind en moest het zijn kloon uit de verkoop halen.

Haar nieuwste project voert Meindertsma uit binnen het door Stroom Den Haag geïnitieerde project ‘Foodprint’. Refererend aan kleurplaten die we allemaal nog van vroeger kennen en waarop te zien is wat er allemaal leeft op en om de boerderij, transponeert ze die taferelen naar het huidige boerenbestaan. Maar dan letterlijk en feitelijk, wat bijvoorbeeld resulteert in een plaat met tienduizend varkens en maar vier mensen. Het boerenbedrijf in Nederland; het is er nog, maar voor het grootste deel aan het zicht onttrokken. Dat er in Nederland evenveel varkens als mensen zijn, weet nog niet iedereen. Een varken kom je tenslotte doorgaans niet tegen in de Kalverstraat. Althans, niet compleet, herkenbaar of in leven.

Bart de Haas

BEKIJK DE UITNODIGING

^

 


^