HAAGS BEELDMERK DEBAT  / 01 DEC 06

De lancering van het Haagse Citymarketing-beeldmerk, begin november, leverde direct een groot aantal reacties op vanuit ontwerperskringen. Op donderdagavond 23 november organiseerde Zefir7 daarom een debat over het beeldmerk. De ruim 50 aanwezigen, hoofdzakelijk ontwerpers uit de regio, bleken het in grote lijnen eens: weinig geslaagd, in meerdere opzichten. Hoe kon dit gebeuren in een stad met de hoogste ontwerpersdichtheid van Nederland? 

In Den Haag krijgt ieder icoon vrijwel onmiddellijk na lancering of oplevering een bijnaam. Waren er al een reiger, een ijspaleis, tieten en een koektrommel, dan is daar nu het zwemmetje aan toegevoegd – Haags voor zaadcel, kennelijk de eerste associatie met het nieuwe Haagse beeldmerk dat ontwikkeld werd onder de vlag van de afdeling City Marketing. Want die afdeling bestaat.
Regel 1 bij goede marketing luidt: het maakt niet uit hoe erover gesproken wordt, áls er maar over gesproken wordt. Aan die hoofdregel voldoet beeldmerk prima. Tot aan tafel bij een veelbekeken en op prime-time uitgezonden, landelijk televisieprogramma is het besproken. Doel bereikt? Te meten naar de reacties van ontwerpers niet.

Bij de uitnodiging voor het debat werd een oproep gevoegd om op het ontwerp te reageren. Het Zefir7-comité hoopte zowel voor- als tegenstanders te verzamelen. Mede om die reden, maar ook om meer over de ontstaansgeschiedenis te vernemen, waren zowel fotograaf/ontwerper Anton Corbijn als vertegenwoordigers van de gemeente geïnviteerd. Allen waren verhinderd. Jammer, maar desondanks ontstond er een constructief debat aan de hand van zes stellingen, voorgelegd door gelegenheidsvoorzitter Renate Boere van Zefir7 aan een panel van twee ontwerpers en een vertegenwoordigster van de landelijke beroepsvereniging BNO. De zaal was nauw bij het debat betrokken.
De stellingen betroffen zowel het resultaat als de procedure en één van de stellingen luidde dat een beeldmerk voor Den Haag ontworpen zou moeten worden door een ontwerper uit Den Haag. Niemand leek zich op de eerste plaats de concurrentie van een niet-lokale en evenmin als ontwerper te boek staande fotograaf aan te trekken. Waar wél aanstoot aan werd genomen was het resultaat.
De stelling dat het beeldmerk van slechte kwaliteit is, leverde veel bevestigende reacties op zoals: slappe vorm, en bierviltjesschets, tot slecht toepasbaar, en niet herkenbaar, tot een onwaardige poging een Miró neer te zetten, naar voorbeeld van Barcelona. Maar zoals Miró een Miró neerzette, zo zette Corbijn geen Corbijn neer. Zijn onomstreden kwaliteiten als beeldenmaker zijn op geen enkele wijze in het resultaat te herkennen.

Aanleiding tot speculaties over de totstandkoming dus. Hoewel weinig steekhoudend bij afwezigheid van de direct betrokkenen, rezen er vermoedens van haastwerk tot een erdoor gedramde eenmansactie.
Het constructieve karakter van de bijeenkomst bleek vooral uit de stelling die de procedure betrof en suggesties opleverde voor toekomstige totstandkoming van vergelijkbare uitingen, aansluitend bij de actuele discussie over de noodzaak van een rijksvormgever (één van de panellieden suggereerde een stadsvormgever). Dat zou iemand moeten zijn van statuur env met kennis van zaken, die in geval van ontwerpopdrachten door de overheid de kwaliteit en toepasbaarheid kan sturen en het resultaat kan toetsen aan de geformuleerde eisen. Binnen de architectuur wordt die functie al een paar eeuwen bekleed in regelmatig wisselende bezetting. Over het nut van zo’n functie was iedereen het wel zo ongeveer eens. En over het evidente gebrek aan professionele begeleiding bij dit specifieke beeldmerk ook.
De allereerste stelling luidde: een ontwerp is zo goed als zijn opdrachtgever. Een losse verzameling oudere beeldmerken toonde aan dat Den Haag op promotioneel vlak wel vaker ongelukkige keuzes heeft gemaakt, wat de behoefte aan een allesoverheersend en krachtig beeldmerk alleen maar versterkt. Teleurstellend dus dat die nieuwe uiting de eerdere zo mogelijk overtreft in nietszeggendheid. Ook daarover bestond geen twijfel, bevestigd door de reacties op de substelling dat een kans is gemist om de unieke positie van Den Haag op het gebied van recht, vrede en veiligheid te verbeelden. Die vooraf geformuleerde trefwoorden zijn namelijk op geen enkele manier te herkennen in de uitkomst. Ja, veiligheid wellicht, in de vorm van de gesloten ruit waarin een ander panellid een gevangenisraampje meende te herkennen.

Ook werd de mening gehoord en bevestigd dat het Amsterdam wél is gelukt om een sterk en op ieder niveau toepasbaar beeldmerk te ontwikkelen. Ironisch genoeg eveneens ontstaan onder aanvoering van wethouder Huffnagel, destijds in Amsterdamse dienst.
Die eerste stelling was voor de beroepsgroep aanleiding om ook de hand in eigen boezem te steken. De Haagse ontwerpers hebben zich in het verleden blijkbaar onvoldoende geprofileerd. Het rijke verleden en de grote diversiteit aan individuele ontwerpers en ontwerpbureaus is kennelijk onvoldoende bekend bij opdrachtgevers – die niet alleen in dit geval hun heil buiten de stadsgrenzen hebben gezocht. De Haagse huisstijl werd immers zestien jaar geleden ook aan een niet-Haags bureau vergeven, omdat men meende dat zich binnen de regio slechts bureaus van geringe omvang bevonden.
Na die vaststelling volgde de relevante vraag hoe ontwerpers zich in de toekomst zullen profileren. Zowel de beroepsgroep als het niveau van het werk zal baat hebben bij een verschuiving van dienen naar sturen. Niet vraaggericht, maar oplossingsgericht werken, zoals dat heet in managementtermen. Een panellid merkte daarbij op dat het soms wenselijk is dat de ontwerper boven de opdrachtgever uitstijgt. Hoe we zo’n grondhouding kunnen entameren zal in de toekomst vaker ter sprake komen.
Een stad met zo’n grote ontwerpersdichtheid komt toch zeker in aanmerking voor het predicaat Culturele Stad. Want aangetrokken internationale diplomaten en juristen zullen zich hier ook moeten véstigen en, vrij naar directeur Van Krimpen die de vijver van zijn Gemeentemuseum voor de presentatie van het beeldmerk ter beschikking stelde, klinkt de vraag: een stad van recht, vrede en veiligheid, wie wil dáár nu wonen?

Zefir7 (ontwerpers aan zee)

Bart de Haas

Panel:
Renate Boere (voorzitter), grafisch ontwerpster,
docent en programmaraad Zefir7
Ronald Borremans, grafisch ontwerper,
partner en algemeen directeur Ontwerpwerk
Kitty de Jong, vm. partner Studio Dumbar,
zakelijk adviseur BNO
Sybren Kuiper, grafisch ontwerper

BEKIJK DE UITNODIGING

^

 


^

denhaag